Welkom,

Dit is onze weblog voor ons onderzoek Kleur. We hebben op twee verschillende basisscholen ons onderzoek over de aandacht voor het Jodendom en de Islam op de basisschool gehouden.

Op deze weblog zijn alle verwerkingen en conclusies te vinden!

Lianne, Melissa, Nicolien, Marlies en Floor!

 

Evaluatie

We zijn allemaal erg enthousiast aan het onderzoek begonnen en hebben aan het begin duidelijke afspraken gemaakt over de dagen dat we bij elkaar zouden gaan zitten. In begin van het gehele onderzoek zijn we elke woensdag bij elkaar gekomen. Maar naarmate het onderzoek zich vorderde verwaterden de afspraken. Dit zorgde er ook voor dat de communicatie steeds stroever verliep. Dit had ook te maken met de stagedagen en de vakantie die tussen het onderzoek doorkwamen. 

 

We hebben ook nog de tegenslag gehad dat uiteindelijk twee van de vier onderzoeksscholen niet toe stonden dat het onderzoek werd uitgevoerd. Maar hier zijn we als team goed uitgekomen.  We hebben met zijn allen het onderzoek aangepast, aan creativiteit was er geen gebrek.

 

We zijn na dit onderzoek er duidelijk achter gekomen ‘’wat’’ we aan elkaar hebben.

 

Conclusie van het onderzoek

Nu alle deelvragen zijn beantwoord kunnen we ook antwoord gaan geven op de hoofdvraag. Bij onze hoofdvraag wilden we erachter komen hoe de verschillende stagescholen zich opstelden tegenover de Islam en het Jodendom. Om deze vraag echt goed te kunnen beantwoorden hebben we eigenlijk wat meer tijd nodig voor extra onderzoek. Maar we zijn er bij dit onderzoek wel achter gekomen dat het aan bod laten komen van de religies Islam en Jodendom vrij weinig voorkomt op alle scholen.

 

Aan de ene kant is dit erg begrijpelijk. Geen enkele school heeft als grondslag gekozen voor een van de twee geloven. Op een Christelijke school zullen ze weinig tijd besteden aan andere religies buiten het Jodendom en de Islam om. Een ouder kiest van tevoren een school uit, vaker op basis van een vertrouwd gevoel, in plaats van een religie. Alhoewel je bij de zwarte scholen wel terug ziet komen dat de ouders toch wel erg veel waarde hechten aan het geloof. Maar zij zien dit ook meer als een taak vanuit thuis om op die manier het geloof bij te brengen.

 

Bij het onderzoek viel op, dat de verschillende stagescholen in het algemeen vrij weinig aandacht besteden aan de verschillende religies. Wel worden onze normen en waarden (misschien onbewust) verwerkt in bijna alle lessen. Zonder dat wij het als leerkrachten misschien doorhebben wordt er lesgegeven over de dingen die voor ons ‘normaal’ zijn. Maar dat wil niet zeggen dat de dingen uit een andere religie niet normaal zijn. Misschien ligt de oplossing bij het meer vertrouwd maken van de verschillende geloven. Dit wil niet zeggen dat de eigen gekozen religie van de school niet bovenaan mag staan. Maar volgens ons onderzoek zouden de leerkrachten, de leerlingen en de ouders best wel open willen staan voor een iets bredere aanpak wat betreft de verschillende religies. Het Jodendom en de Islam zijn veelvoorkomende religies in een multicultureel land als Nederland. Hierdoor best belangrijk om er iets vanaf te weten.

 

      Voordat we dit onderzoek startten wilden we enquetes aan drie groepen uitgeven. Tijdens het verwerken van de enquetes kwamen we er achter dat de enquetes van de ouders niet nodig waren voor het beantwoorden van de hoofdvraag. Deze groep hebben we daarom niet gebruikt voor het onderzoek.

 

      Het was de bedoeling dat we de hoofdvraag zouden beantwoorden aan de hand van informatie van vier scholen. Maar op de scholen van Melissa, de St. Joseph uit Leiden, en de school van Floor en Marlies, de Koningin Emmaschool uit Haarlem, vonden de directeuren het niet goed dat de enquete werd verspreid op school. De lessen die we zouden geven in de klassen mochten niet. Onder andere doordat de scholen niet wilden dat de kinderen in contact kwamen met andere religies op een jonge leeftijd. De kinderen van de onderbouw zijn nog jong en de scholen vonden het onderwerp te moeilijk.

 

Dit heeft ons wel aan het denken gezet. In de schoolgidsen wordt genoemd dat de scholen open staan voor andere religies en culturen. Een vervolgvraag na dit onderzoek kan voor ons zijn: ‘Wat is een open houding ten opzichte van andere religies en culturen?’ Een school kan dit wel noemen in zijn schoolgids, maar moet naar onze mening hier ook iets aan doen in de lessen en op de school.

 

De samenwerking

We zijn allemaal erg enthousiast aan het onderzoek begonnen en hebben aan het begin duidelijke afspraken gemaakt over de dagen dat we bij elkaar zouden gaan zitten. Tijdens het gehele onderzoek zijn we elke woensdag bij elkaar gekomen. Maar naarmate het onderzoek zich vorderden verwaterden de afspraken. Dit zorgde er ook voor dat de communicatie steeds stroever verliep. Dit had ook te maken met de stagedagen en de vakantie die tussen het onderzoek doorkwamen. 

 

We hebben ook nog de tegenslag gehad dat uiteindelijk twee van de vier onderzoeksscholen niet toe stonden dat het onderzoek werd uitgevoerd. Maar hier zijn we als team goed uitgekomen.  We hebben met zijn allen het onderzoek aangepast, aan creativiteit was er geen gebrek.

 

We zijn na dit onderzoek er duidelijk achter gekomen ‘’wat’’ we aan elkaar hebben.

 


Enquete voor de ouders

We hebben een enquete voor de ouders gemaakt. We hebben de enquete uitgedeeld aan de ouders in de hoop zoveel mogelijk enquetes retour te krijgen. Helaas mochten we de enquete niet overal uidelen, maar op de scholen waar het wel mocht hebben we wel een aantal enquetes retour gehad.

De enquete is in de bijlage te vinden.

Lees verder...

Enquete van de leerlingen

We hebben een enquete gemaakt voor de leerlingen. Deze hebben we eerst door onze mentoren laten lezen en daarna in de klas uitgedeeld. En in de jongere groepen hebben we de vragen aan de leerlingen gesteld en de antwoorden zelf op geschreven.

In de bijlage zit de enquete.

Lees verder...

Les 1 groep 4

Mohammed gaat logeren bij Adam in Israel

 

 

Benodigdheden bij de les:

 

 

-          De powerpoint met het verhaal

-          Beamer

-          Laptop

-          Keppeltje

-          Matzes

-          Opdrachtenstencils

 

Opbouw van de les:

 

 

Inleiding: Aan de kinderen wordt eerst verteld dat ze kennis gaan maken met het Jodendom. Van tevoren is het belangrijk om te weten wat de kinderen allemaal al weten over het Jodendom.

Kern: Bij de PowerPoint wordt een verhaal verteld over het avontuur dat Mohammed beleefd bij Adam. In de week dat Mohammed bij Adam logeert ziet hij allerlei dingen uit het Jodendom voorbij komen. Zo kunnen de kinderen ook tijdens het verhaal zien hoe een keppeltje eruit ziet en proeven van de matzes. Mohammed heeft het reuze naar zijn zin bij Adam en nodigt hem gelijk uit om ook een keer bij hem in Turkije langs te komen. Om de kinderen nog meer in te laten leven bij het verhaal kan er ook nog Joodse muziek aangezet worden.

 

Verwerking: Aan het eind van de PowerPoint krijgen de kinderen een blad met vragen uitgedeeld die persoonlijk of klassikaal behandeld kunnen worden.

Les 2 groep 4

Mohammed gaat logeren bij Adam in Israel

 

 

Benodigdheden bij de les:

 

 

-          De powerpoint met het verhaal

-          Beamer

-          Laptop

-          hoofddoek

-          baklava

-          Opdrachtenstencils

 

Opbouw van de les:

 

 

Inleiding: Aan de kinderen wordt eerst verteld dat ze kennis gaan maken met de Islam. Van tevoren is het belangrijk om te weten wat de kinderen allemaal al weten over de Islam.

Kern: Bij de PowerPoint wordt een verhaal verteld over het avontuur dat Adam beleefd bij Mohammed. In de week dat Adam bij Mohammed logeert ziet hij allerlei dingen uit de Islam voorbij komen. Zo kunnen de kinderen ook tijdens het verhaal zien hoe een hoofddoek eruit ziet en proeven van de baklava. Adam heeft het reuze naar zijn zin bij Mohammed. Om de kinderen nog meer in te laten leven bij het verhaal kan er ook nog islamitische muziek aangezet worden.

 

Verwerking: Aan het eind van de PowerPoint krijgen de kinderen een blad met vragen uitgedeeld die persoonlijk of klassikaal behandeld kunnen worden.

De lessen voor de kleuters

Les voor de kleuters: Islam en Jodendom

 

 

Les 1. Inleidende les

 

 

Benodigdheden:

 

-          Platen van Nederlandse gewoonten (sinterklaas, aardappelen vlees en groenten, Nederlandse kleding, Bijbel, Kerk)

-          Papier

-          Kleurpotloden en wasco

-          Waslijn

-          Knijpers

 

Inleiding:

 

De les wordt ingeleid door Nederlandse, Islamitische en Joodse muziek. Dan wordt er aan de kinderen gevraagd welk liedje ze het mooist vonden. En kun je aan de kinderen vragen hoe de liedjes klinken. Hebben ze al eerder dit soort liedjes geleerd? Wat voor soort verschillen hoor je? Er kan verteld worden dat het ene liedje uit Nederland komt en de andere liedjes uit andere landen. Er zijn verschillen in de muziek waar iemand naar luistert. Maar ook is er verschil bij andere dingen. Kennen de kinderen al een aantal verschillen?

 

Kern:

 

Er wordt aan de kinderen verteld dat ze een spelletje gaan doen dat gaat over verschillen.

Kijk eerst eens goed naar jezelf. De volgende vragen passen hier goed bij:

-          Hoe zie je eruit?

-          Wat vind je leuk om te doen?

-          Welk eten vind je lekker?

-          Welke feesten vieren we hier in Nederland?

-          Zijn er regels thuis?

Dan moeten ze ook goed gaan kijken naar de andere kinderen in de klas: Welke verschillen zien ze? Is het erg om verschillend te zijn?

 

Afsluiting:

 

Er wordt kort gesproken over het geloof. Sommige verschillen hebben te maken met het geloof. Het geloof is iets waar iemand vertrouwen in heeft, in gelooft. Dit onderdeel hoeft nog niet heel uitgebreid besproken te worden. Als de kinderen nog niet helemaal begrijpen wat er wordt bedoeld kan er ook gevraagd worden of er iemand bid thuis of naar de kerk gaat. Hoe ziet de kerk er uit en wat doen mensen daar?

 

Verwerking:

 

De kinderen kunnen een tekening maken van zichzelf (kleding, uiterlijk) en van hun lievelingseten, feesten in Nederland enz. Deze tekeningen kunnen dan naast elkaar aan een waslijn gehangen worden. Als deze onduidelijk zijn kun je er zelf ook wat platen bijhangen.


Les 2. Verschillen en overeenkomsten met het jodendom en de Islam

 

 

Benodigdheden

 

-          Waslijn met platen

-          Nieuwe platen van Joodse en Islamitische voorwerpen

-          Knijpers

 

Inleiding

 

Er wordt even teruggeblikt naar de vorige les. Er is gesproken over het geloof en er zijn tekeningen gemaakt. Er wordt weer even gekeken naar de waslijn en benadrukt dat er tekeningen zijn gemaakt over onszelf.

 

Kern

 

In de kern wordt er verteld dat we het gaan hebben over het Jodendom en de Islam. Waarschijnlijk voor alle kinderen onbekende begrippen. Om duidelijk te maken wat beide woorden/geloven inhouden kun je dit verduidelijken met de platen die je hebt meegenomen. Er moet een keuze gemaakt worden uit verschillende delen, want in 2 lessen kan het geloof niet uitgebreid besproken worden. Dus je kiest voor de dingen die de kinderen uit hun eigen omgeving misschien al kennen. In deze les is gekozen voor de volgende dingen:

 

 

 

Nederland (christendom)

 

Islam

 

Jodendom

 

Uiterlijk

 

Boeren mutsje

 

hoofddoek

 

keppeltje

 

Eten

 

chips

 

baklava

 

matzes

 

Feesten

 

sinterklaas, kerst

 

suikerfeest

 

chanoeka, bar mitswa

 

Geloof

 

kerk

 

moskee

 

synagoge

 

 

De begrippen hierboven worden uitgelegd aan de hand van plaatjes. Elk plaatje kunnen kinderen onder hun eigen tekening hangen. Dus eten bij elkaar, feesten bij elkaar, enz.

Deze les beschouwen wij enkel en alleen als kennismakingsles. Door middel van de platen wordt er duidelijk dat iedereen anders is.

 

Afsluiting

 

Er wordt met de kinderen gesproken over de volle lijn. Welke dingen vinden ze leuk op de lijn en welke niet. Er kan achteraf nog een keer aan de kinderen gevraagd worden of ze nog weten wat er op de plaat staat. Zo wordt er duidelijk wat ze wel en niet hebben opgepikt.

 

 

 


De Islam

Het Arabisch woord "Islam" betekent onderwerping of overgave aan de wil van God. Iemand die de Islam aanhangt wordt een een 'Moslim' genoemd. Het woord 'Moslim' betekent 'gehoorzaam aan God'.

De Islam werd ongeveer 1400 jaar geleden gesticht in het gebied dat nu Saoedi-Arabië heet.

De moslim gelooft aan zes elementen:

  1. De eenheid van God, dus niet zoals bij het Christendom een drie-eenheid.
  2. De profeten, dus ook de Christelijke profeten
  3. De boeken, zie onder ‘Koran’
  4. De engelen, dienaren van God, gemaakt van puur licht
  5. De dag des oordeels. Er is leven na de dood, een hel waarin de mens gestraft wordt voor zijn zonden en een hemel

6.   De voorbeschikking: de mens is door Allah voorbeschikt om goed of slecht te doen

 

De Profeet Mohammed

Mohammed wordt omstreeks 570 in Mekka geboren. Al jong was hij wees. Hij groeit op bij zijn oom en neef Ali. Later werkt hij voor een rijke weduwe, Khadida. Hij leidt haar karavanen. Ze trouwen met elkaar, zij is dan 40 en hij 25. Mohammed mediteert vaak nachtenlang in een grot in de berg Hira, niet ver van Mekka. Als hij in 611 tijdens één van deze nachten ligt te slapen, verschijnt de engel Gabriël in een wolk van licht. Deze zegt hem dat hij de profeet van Allah is. Sindsdien ontvangt hij regelmatig een goddelijke boodschap: er is geen andere god dan Allah en Mohammed is zijn afgezant. Dit wordt de geloofsbelijdenis van de moslim.

Zijn eerste volgelingen zijn Khadida en haar dochter Fatima. Mohammed spreekt ook tot de armen en zegt dat iedereen, onafhankelijk van zijn ras of huidskleur, moslim kan worden. Hij moedigt de vernietiging van de afgoden aan. In Mekka ondervindt hij veel vijandschap. In 622 emigreert Mohammed met zijn volgelingen naar Medina (stad van de profeten), 350 km van Mekka.

Deze emigratie van Mohammed (de hidzjra) betekent de breuk met het stammensysteem (oemma). Dit is ook het jaar 1 van de islamitische jaartelling.

Mohammed voert verschillende oorlogen. Het zijn de heilige oorlogen (jihad) tegen de vijanden van Allah. In 630 komt hij als overwinnaar terug in Mekka. 2 Jaar later sterft hij in Medina.

Wanneer een moslim de naam van de profeet uitspreekt, zegt hij altijd ‘vrede zij met hem’ er achteraan, voor hij de zin verder afmaakt.

 

Vijf pijlers/pilaren/zuilen

 

 

De Islam steunt op vijf zuilen. Dit zijn:

 

1. Geloofsbelijdenis (sjahada)

2. Gebed (salaat)

3. Armenbelasting (zakaat)

4. Vasten (tijdens de Ramadan)

5. Bedevaart (Hadj)

 

Sjahada (shahada)

De eerste zuil van de Islam is de geloofsbelijdenis of sjahada. Hiermee geeft de Moslim zijn geloof in Allah aan. De tekst luidt: “Ashadoe ella Ilaha Illa Allah, wa ashadoe enna Mohammeden ‘abdoehoe wa rasoeloeh”. Dat betekent :  Er is geen god dan Allah en Mohammed is zijn dienaar en profeet. Het alleen maar uitspreken van de woorden is niet voldoende, het moet met hart en ziel gevoeld worden.

Salaat

De tweede zuil van de Islam is het verrichten van het gebed (Salaat). Het gebed wordt vijf keer per dag verricht: voor zonsopgang, op het midden van de dag, de namiddag, de avond en 's nachts.

Voor het gebed reinigt de Moslim zijn lichaam. Tijdens het gebed worden er verzen uit de Koran gereciteerd met bepaalde fysieke bewegingen om het lichaam en de geest te zuiveren.


Behalve de vijf tijden van de verplichte gebeden die over de dag en nacht verspreid zijn, zijn er de jaarlijkse feestgebeden, de wekelijkse vrijdaggebeden en de dagelijkse vrijwillige gebeden voor alle volwassen mannen en vrouwen. Al deze gebeden bestaan uit een verplicht deel en een deel naar keuze.

Zakaat

De derde verplichte zuil is de armenbelasting (zakaat). Het netto spaargeld van iedere moslim behoort niet alleen hem en zijn familie toe, maar eveneens de behoeftige, de armen en zes andere sociaal zwakkere groepen, dit is voorgeschreven in de koran.
De Zakaat wordt betaald uit 2,5% over de nettospaargelden met een limiet voor contanten, juwelen, voorraden enzovoorts, gedurende het jaar waarvan de afrekening plaatsvindt in de maand Ramadan. Moslimstaten zijn verplicht de zakaat te verzamelen en te verdelen, maar elders is het de plicht van de moslims zelf om deze zakaat gedurende het jaar te verzamelen en vervolgens te verdelen aan de zakaatgerechtigden.

 

Ramadan

 

De vierde de zuil van de Islam is het vasten. In de maand Ramadan wordt vanaf zonsopgang tot zonsondergang verplicht door alle mannelijke en vrouwelijke moslims gevast. In deze maand onthoudt de Moslim zich ook van drinken en seks en vermijdt hij lichthartig taalgebruik en slechte daden. Hij wijdt hij zichzelf aan gebed, recitaties van de koran en goede daden.
Gedurende deze vastenperiode moet de moslim rein zijn van lichaam en geest.

In de koran zijn bepaalde uitzonderingen gemaakt voor het vasten: kinderen, zieken, reizigers en vrouwen die menstrueren, zwanger zijn of borstvoeding geven, hoeven niet te vasten. Zij moeten dit wel later inhalen.

De afsluiting van de vastenmaand wordt ook wel het 'suikerfeest' genoemd.

 Hadj

De vijfde zuil in de Islam is de bedevaart. Het is iedere moslim verplicht om één keer in zijn of haar leven op bedevaart te gaan (hadj) naar de heilige stad Mekka (mits zij zich dit financieel kunnen veroorloven en hier fysiek toe in staat zijn).

In Mekka aangekomen doet de gelovige speciale tweedelige en naadloze witte kleren aan, om alle verschillen tussen de mensen weg te nemen. Dan voert hij een aantal rituelen uit. De 2 belangrijkste zijn de omgang, 7 keer rond de Kaäba heen lopen en de 7 tochten tussen 2 bergen, de safa en de Marwa. Het hoogtepunt van de bedevaart is het bezoek aan de berg Arafat. Daar staat de gelovige tegenover God. Op de 4de dag vindt bij zonsopgang de steniging plaats van de grote sjaitan (duivel). De bedevaart eindigt met een feest.

Koran

Het heilige boek voor de moslim is de Koran (Qo’ran). Hoewel de moslims een aantal andere geschriften, zoals de thora (de eerste vijf boeken van het Oude Testament), de Psalmen aan David en de leer van Jezus ook erkennen als het woord van God, vinden zij dat deze teksten niet meer actueel zijn, omdat ze te vaak zijn veranderd.

De boodschap die de profeet doorgegeven heeft, is door zijn volgelingen vastgelegd op schouderbladen van kamelen, dierenvellen en platte stenen. Deze teksten vormen de Koran ( Arabisch voor voordracht), die 1400 jaar onveranderd zijn gebleven . Er zijn 114 soera`s of hoofdstukken. Behalve de eerste zijn ze gerangschikt naar hun lengte (eerst de langste). De Koran bevat allerlei morele en spirituele verhandelingen.

 

 

Soenna

 

Naast de Koran de tweede bron van de Islam. In de Soennah zijn de handelingen en vertellingen van de profeet Mohammed opgetekend. De vertellingen van Mohammed worden ook de Hadieth genoemd: de traditie.

Sharia

De sharia is de islamitische wetgeving. De sharia beroept zich op twee bronnen: de koran en de uitspraken van de profeet Mohammed. Rechtsvragen die niet beantwoord worden in één van deze bronnen, mogen opgelost worden door islamitische rechtsgeleerden (deze bron heet de Oelama). Er is echter niet sprake van één sharia, de verschillende islamitische landen hanteren verschillende sharia's en ook in de loop der eeuwen is de wetgeving regelmatig veranderd.

De sharia is in het Westen vooral bekend van de harde en wrede straffen voor enkele misdrijven. Veel minder bekend is dat de sharia over een breed scala aan onderwerpen handelt: van familierecht en civiel recht, tot strafrecht en staatsrecht.

Het brede toepassingsgebied van de sharia vindt zijn oorsprong in de overtuiging dat de wet in alles moet voorzien wat noodzakelijk is voor iemands geestelijke (spirituele) en lichamelijke gezondheid. De islam kent geen onderscheid tussen het religieuze leven en het seculiere leven. Dat veroorzaakt een conflict met de burgerlijke, democratische rechtsorde. Deze gaat namelijk uit van een voorrang van burgerlijk recht op religieuze regels, net het tegenovergestelde dus van wat (een letterlijke interpretatie van) de sharia zegt.

 Halal en Haram

 

Halal is dat datgene wat toegestaan is in de Islam. Haram is datgene wat verboden is. Het gaat hierbij niet om enkel tastbare zaken maar ook om het bijv. het gedrag van mensen. In principe is veel toegestaan. Wat onder andere verboden is:

- Het nuttigen van alcohol

- Het eten van varkensvlees
- Het eten van 'dode' dieren. (dieren die niet geslacht zijn maar een natuurlijke dood zijn gestorven)
- Het gebruik van bedwelmende middelen (drugs)
- Het doen van zaken die schadelijk zijn voor geloof, moraal, eer of voor de goede manieren in de maatschappij. (bijvoorbeeld overspel, verkrachting, homoseksualiteit, prostitutie) 

- De nodige praktische zaken, zoals het dragen van zijde voor mannen.

 

Besnijdenis

 

Een Islamitische jongen wordt kort na de geboorte besneden. In Nederland gebeurt dat meestal door een gewone arts, in Islamitische landen soms iets minder klinisch.

In enkele Afrikaanse landen (Soedan, Egypte) worden ook vrouwen besneden. Het gaat dan om het weghalen van (een deel van) de schaamlippen en/of de clitoris, maar in sommige gevallen worden zelfs alle uiterlijke geslachtsdelen verwijderd, of de vagina dichtgenaaid. In veel landen wordt dit gezien als iets dat niet in de Islamitische wetgeving is vastgelegd.

Soennieten

Moslims die hun regels en geloofsopvattingen terugvoeren op de profeet Mohammed, dat wil zeggen op zijn woorden en handelingen die als voorbeeld gelden voor de gelovigen. Aangezien vrijwel alle groeperingen en sekten dit doen, zijn bijna alle moslims strikt genomen soennieten (90 procent).

De verering van Mohammeds schoonzoon Ali is in tegenstelling tot het shi'ietische geloof bescheiden en aan wereldlijke en geestelijke leiders, imams, wordt geen bijzonder gezag toegekend.

Shi'ieten
Verzamelnaam voor een grote groep verschillende islamitische sekten, die als uitgangspunt de opvatting hebben dat Ali ibn Abi Talib (schoonzoon van de profeet Mohammed) en zijn nakomelingen de rechtmatige opvolgers van Mohammed als leiders (imam) van de gemeenschap der moslims zijn. Rond de persoon van Ali zijn verscheidene tradities ontstaan. Zo is de rituele herbeleving van de gewelddadige dood van Ali's zoon al-Husayn nog steeds een van de meest intensief beleefde momenten in het sjiietische jaar. Ontstaan als politieke groepering in 661. De shi'ieten vormen in Nederland een zeer kleine minderheid.

Ka’aba

Dit is het centrale heiligdom van de Islam. De ka'aba is een klein gebouw van ca. 12 × 10 × 15 meter in de grote moskee in Mekka. Het staat wel bekend als Beit Allah ("Huis van Allah"). Als onderdeel van de hadj, de bedevaart naar Mekka, loopt men zeven keer rond de ka'aba. Ook legt de ka'aba de islamitische gebedsrichting vast - men bidt altijd in de richting van de ka'aba, dus in de richting van Mekka.

De ka'aba wordt omhuld door de kiswah, een zwarte doek die jaarlijks vernieuwd wordt. In een hoek van de ka'aba bevindt zich de Hadjar al-Aswad, een zwarte meteoriet. Volgens de islamitische overlevering werd deze door de engel Djibril (Gabriël) aan Ibrahim (Abraham) gegeven, en waren het Ibrahim en Ishma'il (Ismaël) die de ka'aba gebouwd hebben. Volgens de overlevering wordt door het beroeren van deze steen geacht iemand te reinigen van zonden. Door het reinigen van al de zonden zou de steen zwart zijn geworden.

Ritueel slachten

 

Het slachten van dieren is aan bepaalde voorwaarden verbonden. De belangrijkste is dat tijdens het slachten de naam van God moet worden aangeroepen. Verder moet het te doden dier met de kop richting Mekka liggen. De slachter moet met een zo scherp mogelijk mes de vier 'aderen' van het dier doorsnijden: de twee bloedvaten, de luchtpijp en de slokdarm. De kop moet wel aan het lichaam vast blijven zitten. Het snijden moet het liefst in één haal gebeuren. Je moet dus niet zagen. Onnodig een dier pijnigen is in de islam verboden. Na het snijden moet het dier zo goed mogelijk leegbloeden. Het vlees moet daarna op een reine plaats verwerkt worden.

Suikerfeest

Het einde van de ramadan betekent het begin van het suikerfeest. Het Turkse suikerfeest valt niet altijd samen met het Marokkaanse suikerfeest; voor het vaststellen van het einde van de ramadan wordt door de Turkse moslims een andere methode gebruikt dan door de Marokkaanse moslims. Wel zien beide het moment waarop de nieuwe maan te zien is als einde van de ramadan. Turken gaan daarbij vaak uit van berekeningen, Marokkanen gaan vaak uit van het moment dat in Marokko of Saoedi-Arabië daadwerkelijk de nieuwe maan te zien is.

Het suikerfeest duurt vaak drie dagen. De eerste ochtend van het suikerfeest bezoeken mannen, vrouwen, en kinderen de moskee voor het gezamenlijke speciale gebed voor deze feestdag. De rest van de dag gaat men bij familie op bezoek. Ter gelegenheid van het Suikerfeest worden zoete gerechten en lekkernijen gegeten en geeft men elkaar en de armen cadeautjes. Veel vrouwen versieren hun handen met henna. Zowel de mannen als de vrouwen trekken schone (of zelfs nieuwe) kleren aan, en ook het huis is geheel schoon.

Het jodendom

Het jodendom heeft niet een bepaalde stichter. Het is gegroeid uit de ideeën en gedachten van velen sprekers en profeten. Eén van de grootste leiders van het jodendom is Mozes geweest. De profeten leefden duizenden jaren geleden in de tijd van de Egyptische, Babylonische en Romeinse rijken. Deze rijken zijn al lang verdwenen, maar het joodse geloof bloeit nog steeds. Abraham, Mozes en Ezra waren de belangrijkste aardsvaders van het jodendom. Abraham, de vader van de drie godsdiensten (joden, christenen en moslims) leerde het volk dat er maar 1 God was die de wereld heeft geschapen. Alleen deze God mag men aanbidden. Mozes had als taak om het joodse volk uit Egypte te leiden en naar het beloofde land Israël te brengen. Bovendien zorgde Mozes ervoor dat de joden de eerste 5 boeken (thora) uit de bijbel kregen. 50 Jaar na de inval van de Babyloniërs, waarbij Jeruzalem en de tempel vernietigd werd, wordt Ezra de leider.Hij roept  het volk op om de tempel te herbouwen. In het Jodendom kennen we verschillende groepen Joden. De twee belangrijkste zijn: Ashkenazum joden en Sefardim joden. Ashkenazum komt van het Hebreeuwse woord Duitsland, Sefardim betekend Spanje.De betekenis zegt iets over de plaats waar de Joden woonden. Het geloof van deze twee groepen zijn hetzelfde. Wel zijn er verschillen in gebeden, de manier waarop het Hebreeuws wordt uitgesproken en de liederen die bij de eredienst worden gezongen. De Ashenazim joden woonden vooral in Christelijke landen en de Sefardim joden vooral in Moslim landen.

 

Orthodox of liberaal

 

De orthodoxe joden zeggen dat wat in de thora staat volmaakt is, want het komt van God. De wetten blijven altijd geldig en ze moeten precies worden opgevolgd. De progressieve joden hebben modernere ideeën over het geloof. De thora is het woord van God dat door een mens is opgeschreven in een bepaalde tijd. De progressieve joden vinden dat gedeeltes van de thora moeten blijven gelden, maar dat sommigen aangepast moeten worden aan de tijd. Je kunt orthodoxe joodse mannen herkennen aan de traditionele outfit van zwarte kleding met baard en keppeltje (mannen). 

De rol van de vrouw is bij de orthodoxe joden anders dan bij de progressieve. Bij de orthodoxe joden zitten mannen en vrouwen apart in de synagoge. Ook zal een vrouw nooit gebeden voorlezen of preken. De mannen zijn in een synagoge meestal in de meerderheid want vrouwen hoeven niet zo vaak  te bidden. Bij de progressieve joden zitten mannen en vrouwen in de synagoge door elkaar. Ze mag ook de eredienst leiden, de gebeden opzeggen en ze kan ook rabbijn worden. Bij de orthodoxe joden wordt de hele eredienst in het Hebreeuws gedaan. Bij de progressieve joden wordt de eredienst in het Hebreeuws en in de taal van het land gedaan. Op de sabbat en tijdens godsdienstige feesten gebruiken orthodoxe joden geen muziekinstrumenten. In de synagoge is een hazan, een voorzanger. De diensten in een progressieve synagoge worden wel muzikaal geleid.

 

JHWH

 

 

Het joodse geloof kent maar 1 God en alleen tot hem wordt gebeden. De naam van de machtige schepper is zo heilig dat hij nooit genoemd wordt. Ervoor in de plaats worden woorden gebruikt als God, heer of vader en een uitdrukking zoals de heilige. Omdat God goed is moeten de mensen dit ook zijn, vinden de joden. JHWH is de traditionele manier om de naam van God te schrijven. Meestal wordt dit uitgesproken (door niet-joden) als Jaweh en het betekent ‘Ik ben die ik ben’. In het oorspronkelijk Hebreeuws waren er geen klinkers in het alfabet.

God als de schepper van alles. Er is maar één God, hij schiep de wereld en de mensen met een bepaald doel en Hij leidt het leven en de geschiedenis volgens een vast plan.

 

Tenach

De Tenach is de joodse benaming van wat in het Christendom het Oude Testament heet. Ook hier zie je weer het schrijven zonder klinkers: Tenach betekent de letter T van Thora (wet), de N van de Nebiim (profeten) en de C van Chetoebim (geschriften). In de thora worden de wetten vastgelegd. De Nebiim omvat historische boeken, zoals Jozua, Richteren, Samuel en Koningen en de geschriften der profeten zoals Elia, Hosea, Jesaja, Amos en Jeremia.
3. De Chetoebim bevat historische boeken; zoals Kronieken en Ester, dichterlijke boeken; zoals Psalmen en Hooglied en wijsheidsboeken; zoals Job en Prediker.

De historische commentaren op de Tenach worden de Talmoed genoemd.

 

 

Thora

 

 

De Thora omvat de vijf boeken van Mozes: Genesis, Exodus, Leviticus, Numeri en Deuteronomium. Dit zijn de eerste vijf boeken van het oude testament.
De kern van deze vijf boeken vormen de tien geboden gegeven door Mozes , dit zijn de voorwaarden van het verbond dat God met de joden heeft gesloten.

De Thora bepaalt de kenmerkende levenswijze van de joden. Rond de 10 geboden groeiden langzamerhand 248 geboden en 365 verbodsbepalingen die allemaal in de Tenach zijn vastgelegd. Zij vormen een exact schema voor het leven vanaf de geboorte tot aan de dood.
Alle joodse tradities en godsdienstige gebruiken zijn aan de Thora ontleend.
Geleerden hebben geprobeerd om de Thora te verklaren. Vele verschillende wijzen van uitleg zijn bijeen gebracht in een totaal van 6 boeken (Mishna). De bewerkingen en aanvullingen hierop heet de Gemara(toevoeging). De Mishna en de Gemara vormen samen de Talmoed.

 

Zionisme

 

Dit is het streven om alle joden uit de hele wereld bij elkaar te brengen in Palestina.

 

 

Besnijdenis

 

 

Als een pasgeboren jongen de leeftijd van 8 dagen bereikt wordt hij besneden. Daarbij wordt de voorhuid van de penis verwijderd. Deze ongevaarlijke ingreep wordt door een arts of een besnijder (moheel) uitgevoerd. Het gebruik wordt in het eerste boek van Mozes (Genesis) beschreven.

Bar Mitswa

 

 

Op de sabbat na zijn dertiende verjaardag wordt een jongen een Bar Mitswa: een zoon van de opdracht. Hij gaat voor het eerst naar de synagoge om een zegenspreuk uit de Thora uit te spreken. Vervolgens ontvangt hij de gebedsriemen (tefillin) met daarin de heilige teksten uit de thora en bevestigt deze om zijn linkerarm en op het voorhoofd. Daarna wordt hij opgeno­men in de geloofsgemeenschap en is hij een man. Sommige richtingen laten ook meisjes op een gelijksoortige wijze toe tot de geloofsgemeenschap. Zij wordt dan een Bat Mitswa: een dochter van de opdracht.

 

Spijswetten

 

 

Joden mogen niet zomaar alles eten op een willekeurige manier. Het voedsel moet geschikt en rein zijn volgens de bijbelse en rabbinale spijswetten (kashrut).
- Alleen herkauwende dieren met volledig gespleten hoeven zijn rein.
- Geen schelp- of schaaldieren.
- Vissen moeten op zijn minst een vin hebben die in het water zichtbaar moet zijn.
- Vlees kan niet met zuivelproducten gegeten worden, er moet minstens 6 uur tussen zitten.

De spijswetten hebben een grote invloed op het dagelijks leven: in de joodse keuken zijn alle voorwerpen dubbel uitgevoerd: voor zuivel of voor vlees. Zij mogen niet met elkaar in aanraking komen. Zelfs moeten er twee spoelbakken zijn.

 

Davidsster en menora

 

 

Het symbool van het jodendom is de Davidster. Ondanks de onaangename rol die de Davidster in de tweede wereldoorlog heeft gespeeld, is dit nog steeds actueel.

 

De menora is de zevenarmige kandelaar. Ook dit is een symbool van het jodendom.

 

 

Sabbat

 

Als jood mag je niet op de dag van de sabbat werken, jij niet en je gezin niet. Zelfs het vee moet op die dag kunnen genieten van de rust.

 

Er zijn 2 redenen waarom de jood sabbat moet viert. Ten eerste om de schepping te herdenken, en ten tweede om de uittocht uit Egypte te herdenken. De sabbatrust begint op vrijdagavond, kort voor de zonsondergang. Alle dingen zijn dan gedaan voor zaterdag, zoals de maaltijden en zelfs de telefoon wordt uitgeschakeld. Als het mogelijk is gaan de man en de kinderen naar de synagoge. En thuis maakt de vrouw de sabbatmaaltijd klaar of beter gezegd ze zet het op tafel, en steekt het sabbatlicht aan. Als de man en de kinderen thuis zijn gekomen uit de synagoge worden de kinderen door hun ouders gezegend. Daar zegenen ze ook de wijn en de 2 challes (gevlochten broden). Dan gaat het gezin eten.


Tijdens het eten worden er liturgische liederen gezongen ter ere van God, en de sfeer is die van diepe rust en harmonie.
In de ochtend van de sabbatdag woont het gezin eerst de synagogendienst bij, daarnaast is men ook verplicht die dag 3 keer te bidden.
Bij het ontbijt na de synogogedienst wordt opnieuw de wijn en de challes gezegend. ´s Middags wordt er gewandeld en spelletjes gespeeld of ze gingen op visite. Maar de grootste bedoeling van de sabbat is om veel te leren van het Jodendom.

De sabbat word beschouwd als een wekelijkse verering van God. De enige dag waarop de Joden gaan nadenken over zichzelf, en de tijd nemen voor zichzelf en voor anderen. 

Synagoge

 

Op vrijdagavond begint de sabbat. Op die dag houden de Joden hun godsdienstoefeningen in de synagoge. Omdat de Joden uit eerbied voor God niet willen dat iemand zonder hoofdbedekking in de synagoge komt, moeten alle mannelijke Joden een keppeltje dragen. Omdat de vrouwen geen deel nemen in de eredienst nemen ze plaats op de galerij. Het orthodoxe Jodendom ziet het werk in het huishouden als de dagelijkse godsdienstoefening van de vrouw. 


Zo’n dienst word geleid door de voorzangers. Eén van de chazans (voorzangers) opent de dienst door een gedeelte uit het Bijbelboek Psalmen te zingen. De rabbijn, de geestelijke leider van de gemeente, neemt een Thorarol uit de Heilige Ark. De Heilige Ark is een kast of een nis aan de oostkant van de synagoge. De rabbijn draagt de Thorarol naar de biema, de tribune vanwaar vanaf de Torarol wordt voor gelezen. De tekst is geschreven in het Hebreeuws en wordt gelezen van rechts naar links. De voorlezer gebruikt daarbij een jat, dit is een aanwijsstokje in de vorm van een hand met daarin een gestrekte vinger. De Thora wordt in één jaar tijd helemaal uit gelezen. Als de voorlezer een deel heeft voorgelezen, houdt de Rabbijn een korte preek. Er staat altijd een rode lamp vlak voor de Heilige Ark te branden. Rechts van de preekstoel staat een zevenarmige kandelaar te branden genaamd: de menora. Links en recht van de biema hangen twee bordjes met daarop de tien geboden.

Gebed en de gebedskleding

 

1. Het gebed
Het eerste wat een jood doet als hij wakker wordt, is zijn handen wassen om daarmee rein en onbevlekt tegenover God te staan. 

Een traditionele jood staat altijd vroeg op om na het reinigen het ochtendgebed te kunnen uitspreken. Als het even kan, doen ze het liefst samen met andere mensen. s`Middags bidden ze ook, maar alleen wat korter, ook s`avonds gaan ze bidden alleen dan bidden ze wel veel langer. En er wordt ook voor het slapen gaan gebeden.
Er wordt ook gebeden tijdens speciale feesten of bijeenkomsten. Tevens spreekt men een gebed op voor het eten, na het eten, bij onweer, bij het zien van een regenboog, oceaan, vallende ster, de nieuwe maan, bij het zien van een geleerde of iemand van koningshuis. 
Men moet zich elk moment bewust zijn van zijn goddelijke oorsprong en als een zo goed mogelijk mens leven.
Het Joodse Gebed bevat veel meer dan alleen vragen aan God. Het is eerder een gesprek tussen God en de mensen, daarom kon na de verwoesting van de Tempel 70 jr na Chr. het normale offeren vervangen worden door gebed.

2. Gebedskleding
Als een Jood gaat bidden draagt hij een witte mantel met hemelsblauwe strepen. De naam van deze mantel is tallith, letterlijk `lok', `kwast', naar de kwasten waarmee de hoeken zijn afgezet. Deze kwasten waarschuwen de gelovige Joden om zich niet te laten verleiden door de aardse verleidingen. Als de Joden dagelijks hun voorgeschreven gebed uitspreken dragen ze ook nog een tefillin, met andere woorden gebedsriem. Op deze gebedsriem zijn kleine kubussen genaaid de zogenaamde `huisjes'. In deze huisjes bevindt zich een woord namelijk `Sjaddia', 'Almachtige'. Alleen tijdens het avondgebed wordt de gebedsriem niet omgedaan.

Messias

 

Volgens het jodendom zal er eens een messias gestuurd worden die de verlossing zal brengen. Jezus, die volgens de Christenen de messias was, wordt door de joden gezien als een belangrijk iemand, maar niet de messias.

 

Jetser Hatov en Jetser Hara  en boeten voor de zonden

 

 

De ziel is zuiver bij geboorte. Mensen zijn geboren met een jetser hatov, een tendens om goed te doen, en een jetser hara, een tendens om slecht te doen. Daarom zijn de mensen vrij de weg in het leven te kiezen die zij willen nemen.

Mensen kunnen boeten voor zonden, die slechts fouten zijn in het nakomen van de wetten. Gebed, boete doen en het verplicht geven voor goede doelen (tsedaka) herstelt zonden. Boete doen wordt alleen zinvol geacht, indien vergezeld van een oprecht besluit om op te houden met onaanvaardbare acties en zelfs dan alleen als acties om verontschuldigingen aan derden aan te bieden eerlijk worden ondernomen.

 

Grote verzoendag

 

 

Dit wordt in het joods Jom-Kippoer genoemd. Het wordt tien dagen na het nieuwjaars­feest gehouden. Op deze dag bidt men om de vergeving van de zonden van het Joodse volk.

 

 

Holocaust

 

 

Gedurende de tweede wereldoorlog werden de joden door Hitler, naast ook andere groepen, zoals homo’s en zigeuners, steeds verder onderdrukt. Dit gebeurde langzaamaan, eerst werden joden uit bepaalde beroepsgroepen geweerd, daarna moesten ze een zichbare Davidsster dragen, en uiteindelijk zijn er zes miljoen joden gestorven in de vernietingingskampen. Dit wordt de holocaust genoemd. Het verlies van 6 miljoen levens in de holocaust had een radicale demografische verschuiving tot gevolg en beïnvloedde uiteindelijk de organisatie van het georganiseerde jodendom zoals het tegenwoordig bestaat. Desondanks had de holocaust weinig blijvende invloed op de inhoud van de joodse religie.

 

 


Islam in Leiden

 

 ·         Toekomstige moskee

 

De moskee in Leiden is gesloten omdat deze niet voldeed aan de eisen. Nu liggen er plannen voor een nieuwe moskee. Zie deze hieronder uitgewerkt:

 

Functies

 

·         Gebedsruimte voor mannen

 

·         Gebedsruimte voor vrouwen op de 1e etage

 

·         Multifunctionele ruimte

 

·         Leslokalen

 

·         Cursusruimte

 

·         Dienstruimte Imam

 

·         Bestuurskamer

 

·         Neutrale activiteitenruimte

 

·         Bibliotheek

 

·         Wasruimte voor overledenen

 

·         Het soefi-huis in Leiden

 

Wat is een soefi-huis?
Een soefi-huis of khaniqah is de plaats waar soefi's bijeenkomen voor hun bijeenkomsten (majlis of sama') en hun geestelijke oefeningen. Het is de thuisbasis van de soefi's, de derwisjen. Ook al wordt er gebeden, een khaniqah is geen moskee, en ook al wordt er soms muziek gemaakt, het is geen theater of disco.
In de khaniqah staat de innerlijke concentratie op God centraal en hoort men zich volgens de speciale etiquette van eerbied en liefde te gedragen.

 

Algemene informatie over het soefisme:
Belangstellenden kunnen in het soefi-huis algemene informatie krijgen over het soefisme. Behalve door het lezen van onze publicaties, die in het soefi-huis kunnen worden aangeschaft, is het ook mogelijk om een afspraak te maken voor een informatief gesprek. Voor algemene informatie of het maken van een afspraak, bel: 071-5124001.

 


·         Docent Islam

 

“Ik geloof dat de bestudering van de islamitische theologie nuttig is voor zowel moslims als niet-moslims. Wij vinden dat een grondige kennis van de islam goed is voor de integratie.”

 

 

 

 

Bovenstaande onderdelen (synagoge, oude moskee, begraafplaats en studiecentrum hebben we bezocht. Het was erg leuk om eens kennis te maken met deze onderdelen uit een andere cultuur. Je leest en hoort er veel over, maar het wordt ineens heel anders als je dit eens van dichtbij ziet en meemaakt.

 



Jodendom in Leiden

 

 ·         Joden in Leiden

 

In 1714 was Philip Arons de eerste officiële joodse burger van Leiden. In de eeuwen daarvoor woonden er natuurlijk ook joden in Leiden, maar die hadden geen stadsrechten. In het jaar 1737 waren er 125 joden gevestigd in Leiden, op een totaal van ongeveer 30.000 Leidenaars. Honderd jaar later, in 1835, waren het er 550 –het hoogtepunt. Driekwart van de bijna 400 joden in Leiden in 1940 is tijdens de Tweede Wereldoorlog vermoord. Onder de vermoorde joden waren ook vele medewerkers van de Leidse universiteit. De tentoonstelling die in 2003 in de Lakenhal werd gehouden, gaf een ontnuchterend beeld van de periode 1933-1945.

 

In Leiden wonen op dit moment nog tientallen joden. Door dat geringe aantal is het soms moeilijk om de voor een dienst op zaterdag (sabbat) benodigde tien joodse mannen bij elkaar te brengen. Het is dan ook verheugend nieuws dat er nu een gewijzigde herdruk is verschenen van het boekje Joden in Leiden (oorspronkelijke druk 1994). Ook aangenaam is dat in de twintig bladzijden van de brochure meer dan alleen oorlog langskomt. Zoals daar zijn: de verzameling voorhangen (parochot), het Joods Studiecentrum te Leiden en de joodse begraafplaats in Katwijk. Leiden kent vele beroemde juristen: J.E. Goudsmit, D. Josephus Jitta, J. Oppenheim (vader van Elsa Oppenheim) en natuurlijk de fameuze E.M. Meijers, de “vader” van het Nieuw Burgerlijk Wetboek.

 

 

·         Het Joods Studiecentrum.

 

Is opgericht in 1983 om te voorzien in de behoefte van joodse studenten tot verdieping van hun kennis van het Jodendom.

 

Het Joods Studiecentrum richt zich in eerste instantie op personen met een joodse achtergrond uit Leiden en wijde omgeving. De meeste cursussen zijn echter toegankelijk voor een ieder met belangstelling voor de geestelijke waarden van het Jodendom. 

 

 

·         Kristallnacht-herdenking

 

Op 9 november, de internationale dag tegen antisemitisme, organiseert De Fabel van de illegaal weer een Kristallnacht-herdenking. Die begint met een stadswandeling door het Leidse centrum langs 6 historische plekken die verband houden met de Tweede Wereldoorlog en het toenmalige antisemitisme. Steeds zal even halt gehouden worden voor een praatje over het antisemitisme van toen en nu. De wandeltocht begint om 19:00 uur bij molen de Put aan het Galgewater, niet ver van het station. De tocht duurt iets meer dan een uur. Aansluitend zal in eetcafé Las Vegas aan de Koppenhinksteeg de video "Jodenhaat, 20 eeuwen antisemitisme. Van kruis tot hakenkruis" vertoond worden. Aanvang: 20:30 uur, toegang gratis.

 

Tijdens de Kristallnacht op 9 november 1938 werden in Duitsland 7.500 joodse winkels, synagogen en huizen door de nazi's geplunderd en in brand gestoken. Joden werden gemarteld en verkracht, en minstens 90 van hen werden vermoord. De Kristallnacht dankt zijn naam aan de bergen glasscherven van de ingeslagen ruiten van joodse winkels, die de dag erna op straat lagen.

 

 

 

3.1 Verwerking van de enquêtes van de leerkrachten.

 

 3.1.1 Leerkrachten van de Springplank.

 

We hebben de onderbouwleerkrachten van Prot. Chr. Basisschool de Springplank gevraagd om de enquête in te vullen. Acht leerkrachten hebben hem vóór de deadline ingeleverd. De resultaten hiervan zijn verwerkt in de grafieken.

 

 

De leerkrachten van Protestant Christelijke school de Springplank in Leiden hebben niet zo zeer gekozen voor een Protestants Christelijk school, maar omdat hier een vacature liep, of omdat er een andere reden was zoals de locatie van de school.

 

 

Zoals je in de grafiek kunt zien besteden alle ondervraagde leerkracht 0-1 uur aan godsdienst in de lessen. Dit is niet ontzettend veel en hiervoor zijn verschillende verklaringen mogelijk. Onder andere omdat er al vaak gezegd wordt dat er te weinig tijd is voor zaakvakken omdat er ontzettend veel tijd gestopt wordt in taal en rekenen en dat daarom ook godsdienst buiten de boot valt.

 

Een andere reden kan zijn dat de leerkrachten zelf niet zelfverzekerd genoeg zijn om hierin les te geven. Gelukkig is het zo dat op de Springplank niet gezegd wordt dat er geen tijd besteedt wordt aan godsdienst. In alle klassen wordt er namelijk tweemaal per week een Bijbel verhaal verteld aan de hand van de methode ‘Startpunt”.

 

 

 

Er worden op de Pr. Chr. School de Springplank aardig wat projecten gedaan over godsdienst. Uiteraard wordt er kerst gevierd met alle tradities erom heen en vaak wordt er een thema project aan gekoppeld. Per jaar wordt door de hele school gewerkt met een Bijbels project. En er wordt Pasen gevierd zowel in de kerk als op school.

 

 

Leerlingen vanuit een andere geloofsovertuiging zijn van harte welkom op de Springplank. En ze komen dan ook steeds meer voor. Zes leerkrachten gaven aan een leerling in de klas te hebben met een andere religie. Vaak voorkomend was de Islam. Maar er zijn ook Joodse kinderen op de Springplank.

 

 

 

Er wordt niet al te veel tijd besteedt aan godsdienst in de lessen. Maar over andere religies wordt nog minder gesproken. De vaste lessen van de methode ‘Startpunt’ worden gehanteerd en er zijn een aantal leerkrachten, die ook andere religies behandelen maar de meerderheid doet dit niet. De leerkrachten die dit wel doen, doen dit voor de leerlingen uit de klas met een andere religie. Er wordt heel open over gesproken.

 

Precies de helft van de leerkrachten zegt genoeg te weten over andere religies, maar de andere helft zegt niet voldoende te weten over andere religies.

 

 

 

De meeste leerkrachten willen graag iets meer weten over een andere religie en dan vooral over de Islam. Een verklaring hiervoor zou kunnen zijn dat de Islam nu eenmaal steeds meer voorkomt op basisscholen. Maar ook de nog onbekendere religies zijn interessant om te ontdekken.

 


 

De meeste leerkrachten, namelijk 88% vindt dat de school te weinig aandacht besteedt aan andere religies.

 

 

Op de Springplank wordt ontzettend veel gedaan om leerlingen kennis te laten maken met het katholieke geloof, maar niet zo zeer met een andere religie.

 

Met kerst en Pasen wordt er een bezoek gebracht aan de kerk, elke ochtend en voor iedere maaltijd wordt er gebeden in de klas. Er zijn over het jaar verdeeld 2 Bijbelse projecten. En er worden catecheselessen gegeven vanuit de methode Startpunt.

 

 

Ook al wordt er geen/weinig tijd besteedt aan het geven van lessen over andere religies, toch vinden alle leerkrachten het belangrijk voor de ontwikkeling dan leerlingen les krijgen over andere geloven.

 

3.1.2 Leerkrachten van de Springplank.

Komt nog...

3.2 Conclusie over de enquêtes van de leerkrachten.

 

 De Prot. Chr. Basisschool de Springplank schenkt in de lessen vrij veel aandacht een religies. In ieder geval is er een vaste methode Startpunt die de catechese lessen ondersteund, daarnaast zijn ieder jaar projecten en gaan de leerlingen regelmatig met elkaar naar de kerk om Kerst en Pasen te vieren. Als de leerlingen ´s ochtend beginnen wordt er gebeden en ook voor iedere maaltijd. Zo besteedt de school aandacht aan de Prot. Chr. Religie. Maar als je gaat kijken naar andere religies besteden weinig leerkrachten hier aandacht aan. Ook al zijn alle leerlingen met een andere religieuze achtergrond van harte welkom op de Springplank. De helft van de leerkrachten geeft ook aan niet genoeg te weten over andere religies. Dit is natuurlijk redelijk vreemd. Maar de andere helft meent dit wel te weten.

 

De Koningin Emmaschool in Haarlem.

De koningin Emmaschool is een protestants christelijke basisschool net buiten het centrum van Haarlem. Het is een school waarbij het geloof duidelijk aanwezig is. Zowel bij de lessen als bij de normen en waarden die gehanteerd worden. De basisschool is te vinden op twee verschillende locaties in Haarlem. Op beide locaties zijn vooral leerlingen te vinden met een Nederlandse achtergrond. Er zit maar een minimaal percentage allochtonen op deze school. Niet meer dan vijf allochtonen leerlingen.

 

De Koningin Emmaschool heeft over hun kijk op de multiculturele samenleving wel een stukje geschreven in hun schoolgids.

 

“ Een open houding tegenover andere culturen en religies”[1]

 

Dit is het enige wat er over de multiculturele samenleving te vinden is in het schoolplan van de Koningin Emmaschool. Nu wilden wij met ons onderzoek gaan kijken of de school hun visie na leeft en kijken wat de school aanbied aan de hand van de andere geloven. Wij vinden dit namelijk erg belangrijk, omdat we in een multiculturele samenleving leven en er dus veel verschillende culturen en religies zijn. Ook leven we in een samenleving waarin streng geoordeeld wordt. En wij vinden dat je pas kan oordelen als je er alles over weet. Daarom vinden wij het belangrijk dat de leerlingen niet alleen lessen krijgen over hun eigen geloof, maar ook over dat van anderen.

 

De Koningin Emmaschool beweert dus open te staan voor andere culturen en religies. Marlies loopt stage in groep ½ en Floor loopt stage in groep 4. We hebben van te voren aan de mentoren vertelt waar we mee bezig waren. En dat we verschillende lessen wilde gaan geven en een aantal enquêtes zouden gaan afnemen. De mentoren waren niet bijzonder enthousiast, maar vonden het wel goed dat we het onderzoek gingen uitvoeren.

 

Allebei de mentoren laten het protestants christelijke geloof duidelijk blijken tijdens de dagelijkse school uren. De mentor van Marlies is heel erg gelovig. Zelf is ze ook nauw aangesloten bij de kerk.  De kleuters zijn veel aan het bidden en zingen vele christelijke liedjes. Het komt dus meerdere malen dagelijks terug. De leerlingen hebben nog geen les gehad met betrekking tot de andere geloven. De leerlingen zijn ook nog erg jong. De mentor van Floor is minder streng gelovig. Wel brengt de mentor zelf ook een aantal uur per week in de kerk door. De leerlingen bidden aan het begin van de dag en aan het einde van de dag. Aan het begin van dit school jaar, was de methode voor de godsdienst lessen nog niet beschikbaar. Daarom hebben ze ervoor gekozen om een aantal lessen te geven over de Islam en het Jodendom. De leerlingen weten dus al wel iets af van de andere geloven. Maar dit gaat echter om een zeer klein aantal lessen en wij denken dat je er veel meer aandacht aan moet geven en dus niet alleen op je eigen geloof gericht zijn.

 

Na alle voorbereidingen voor de enquêtes en de lessen kwam de mentor van Marlies met het idee dat de directeur van de Koningin Emmaschool het eigenlijk eerst goed moest keuren. Dus we hadden alles bij de directeur van de school gelegd en deze kwam ons vertellen dat ze het geen goed idee vond dat wij dit onderzoek op school gingen uitvoeren. Ze vond dat er dan te veel verwarring zou komen en dat het dan tegen haar eigen onderzoeken in gaat. Ze wilde namelijk zelf een enquête eruit sturen om de tevredenheid te gaan meten. Dit gaat echter om een heel ander onderzoek, maar toch vond ze het geen goed idee dat wij het onderzoeken gingen uitvoeren op de Koningin Emmaschool.

 

Hierdoor konden we ons onderzoek niet meer uitvoeren en hebben we ervoor gekozen om alleen de scholen te onderzoeken die wel mee wilden werken aan ons onderzoek. Vandaar dat we nog maar twee scholen hebben onderzocht.

 

Wij zijn wel gaan nadenken over de “openheid” van de school richting andere geloven en culturen. We vonden het eigenlijk erg raar dat we geen onderzoek mogen houden over de verschillende geloven als je, als school, pretendeert vooral een open houding te hebben. We vinden dat de reacties van de leerkrachten en de directeur laten blijken dat er dus niet echt een open houding is naar andere culturen en religies. Maar dat het er alleen maar erg mooi uitziet in het schoolplan.

 



[1] http://www.kon-emmaschool.nl/site/fileadmin/tekst/Schoolgids_KES_2008-2009_website.pdf

 

Deelvraag 2

Wat is de opvatting van de kinderen tegenover de Islam en het Jodendom?

 

 

Om deze deelvraag te kunnen beantwoorden hebben wij een enquête gehouden met de kinderen over de Islam en het Jodendom. Alle kinderen uit de klassen waar de lessen zijn gegeven (groep drie van de Springplank en groep één en twee van de Dukdalf) hebben een gesprekje gehad met Lianne en Nicolien.

 

            Aan de hand van de enquête hebben we de antwoorden verwerkt. Nadat de lessen zijn gegeven zijn er lessen over het Jodendom en de Islam gegeven zodat de kinderen meer informatie krijgen over de godsdiensten. Nicolien heeft in groep één en twee de lessen gegeven en Lianne in groep vier.

 

2. 1 Reflectie van de lessen in groep één en twee van de Dukdalf.

 

 Voor de lessen bij de kleuters hebben we twee lessen ontworpen. We hebben ervoor gekozen om in beide lessen het Jodendom en de Islam te behandelen. Dit, omdat we denken dat je hierdoor de verschillende religies goed met elkaar kunt vergelijken.

 

De lessen voor de kleuters hebben we gegeven in groep één en twee. Van tevoren hebben we er rekening mee gehouden dat de woordenschat van deze kinderen nog niet zo groot is. Sommige kinderen zitten pas net op school. En twee derde van de kinderen is van allochtone afkomst. Ongeveer twee derde van deze groep heeft een Islamitische achtergrond, dus sommige dingen zullen al wel bekend voorkomen.

 

Bij de lessen staat het lesverloop beschreven. Precies in dezelfde volgorde hebben we de lessen afgenomen.

 

Bij de eerste les merkten we al snel dat de kinderen het toch wel moeilijk vonden om zelf met antwoorden te komen. De leerlingen vonden het leuk om te vertellen over hun eigen gewoontes. Kinderen konden goed vertellen over de verschillende feesten die er hier in Nederland gevierd worden en wat ze zelf allemaal lekker vonden.

 

Maar toen we aankwamen bij het gedeelte over de andere religies, zakte de aandacht op een gegeven moment toch wel een beetje weg. Dit kwam waarschijnlijk doordat er erg veel onbekende begrippen voorbij kwamen. In twee lessen is het erg lastig om zoveel nieuwe woorden aan te leren. De eerste les was ook vooral oriënterend bedoeld. De kinderen vonden de eerste opdracht erg leuk. Ze konden een heleboel dingen verzinnen voor aan de lijn.

 

 

Vooral bij de tweede les merkten we dat er toch wel erg veel nieuwe dingen voor de kinderen voorbij kwamen. Iedereen kon wat vertellen over thuis. Ze vonden vooral de dingen die erg verschillend waren aan thuis, erg leuk. Bij de verhalen over de Islam konden veel allochtone kinderen vertellen over hun eigen gewoontes. De bordjes konden goed gekoppeld worden aan de andere bordjes.

 

Bij het geven van de religies hebben we de woorden Islam en Jodendom niet erg vaak laten vallen. We hebben erbij verteld dat het ging om datgene waar andere mensen in geloven.

 

Om alle onderwerpen echt goed uit te leggen heb je veel meer lessen nodig. Nu moest alles even snel verteld worden. En de twee lessen duurden best wel lang. Dit zouden we in het vervolg iets inkorten.

 

Wel merkten we dat de kinderen de lessen erg leuk vinden. Wij denken dat het ook op een Openbare school erg belangrijk is om andere religies toch kort aan de orde te brengen. Zo leren kinderen dat het ook anders kan. En hierdoor denken wij dat ze elkaar op den duur beter kunnen begrijpen.

 

2. 2 Reflectie van de lessen in groep drie van de Springplank.

 

 Aan het begin van de lessen heeft Lianne de vraag gesteld of de leerlingen wel eens van de godsdiensten Jodendom en Islam gehoord hadden en of zij wisten wat het Christendom was. Wie gelooft waarin en wat vind je daar van. De kinderen konden Lianne niet goed vertellen wat nu precies het Jodendom of Islam voor een godsdienst is. Dit vinden wij wel begrijpelijk, omdat zij nooit op school iets over te horen hebben gekregen. Natuurlijk zijn er altijd kinderen die wel wat meer weten over deze godsdiensten, dit komt ook doordat zij het geloof zelf volgen en/of er mensen zijn die zij kennen en een ander geloof hebben.

 

De kinderen van de Springplank hebben meer te maken met andere geloven dan bijvoorbeeld kinderen uit het dorp waaruit lianne komt.  In de buurt van de Springplank staat een moskee en er wonen veel allochtonen mensen in de Kooi, het gebied waar de school staat in Leiden.

 

Zij konden Lianne best veel vertellen over hoe deze mensen er uit zien en anders lijken. Dit duurde wel eventjes voordat de kinderen los kwamen, maar op een gegeven moment hadden ze door wat de bedoeling was en waar het over ging. Veel meisjes begrepen niet waarom sommige vrouwen een hoofddoek dragen. Nadat Lianne uitgelegd had dat dit bij hun geloof hoorden, begrepen zij het meer. Maar toch vonden zij het raar dat dan niet iedereen een hoofddoek draagt die wel dit geloof heeft. Zij keken dan naar een moeder van een jongetje aan de klas die wel de Islam als geloof heeft, maar geen hoofddoek draagt.

 

Dit is moeilijk uit te leggen voor kinderen, omdat wij het soms ook niet goed weten waarom sommige wel of geen hoofddoek dragen. Het jongetje wist ook niet goed waarom zijn moeder geen hoofddoek droeg. Daarom heeft Lianne ook verteld, dat iedereen vrij mag kiezen of die sommige dingen/regels uit het geloof wel of niet doet.

 

Wat toen ook na voren kwam is dat je altijd zelf mag kiezen wat je gelooft en op welke manier je dit doet. En dat de verschillen tussen kinderen met een ander geloof helemaal niet erg zijn, maar juist leuk.

 

Je kon merken dat ze van de lessen wel iets hadden opgestoken, een dag na de tweede les, kwam een jongetje naar Lianne toe. Hij vertelde dat het hem opviel dat hij niet zo veel mensen zag die Joods waren of Christen, maar meer mensen die de Islam als geloof hadden. Lianne heeft hem toen uitgelegd dat je niet altijd aan de buitenkant van mensen kan zien wat zij geloven.

 

We hopen dat de kinderen door deze lessen, meer interesse krijgen in andere geloven en mensen en dat ze weten dat iedereen gelijk is. Gelukkig was dit in de klas al sterk aanwezig dat ze weten dat iedereen erbij hoort, er is zelden ruzie en niemand wordt gepest omdat hij of zij er anders uitziet. Als dit ook maar zo blijft als de kinderen naar de middelbare school gaan en ouder worden.

 

2. 3 Verwerking van de enquêtes van de leerlingen.

 

 2.3.1 Leerlingen van de Springplank.

 

De leerlingen uit groep drie van Prot. Chr. Basisschool de Springplank hebben een vragenlijst samen met de stagiaire afgenomen. Het was nog best moeilijk om de aandacht van de kinderen erbij te houden. Het onderwerp van de vragen deed de kinderen niet zo veel en zij vonden het best moeilijk om een antwoord te geven. De meeste kinderen denken hier nog niet over na en als er thuis ook niet veel aangedaan wordt, zijn het moeilijke vragen. Omstebeurt kwamen de kinderen aan tafel en namen we de vragen door.

 

 

De meeste leerlingen geloven in God. Dit wil niet zeggen dat ze zich ook sterk houden aan het geloof. Maar ze geloven dat God bestaat. vijf leerlingen van de 21 weten het niet, geloven er soms in of geloven er een beetje in. Dit kan komen omdat er vaak dingen gebeuren waarop leerlingen dan reageren: Hoe kan God dit nou laten gebeuren? Hierdoor kan het geloof in God verdwijnen, bijvoorbeeld bij een sterfgeval.

De lessen over de Bijbel zijn over het algemeen leuk op de Springplank. Gelukkig maar want er wordt twee keer per week een Bijbelverhaal verteld. Sommige leerlingen vinden het soms leuk en soms niet. En er zijn leerlingen die het saai of stom vinden.

 

De meeste leerlingen vinden het fijn en goed om te bidden en via deze weg met God te praten. Het is voor de leerlingen erg fijn om iemand te hebben om mee te praten. De meeste leerlingen bidden alleen op school. Dit wordt elke ochtend gedaan en voor iedere maaltijd.

 

 

 

 

43% wil dat er meer verteld wordt over de Bijbel zodat meer mensen het weten en omdat ze het leuk vinden. 38 % wil dat er niet meer verteld wordt over de Bijbel. De tijd die er nu aan besteedt wordt is voldoende of ze vinden het niet leuk. 19% weet het niet of vindt dat er soms wat meer aandacht besteedt kan worden aan de Bijbel.

De kennis over andere geloven is bij de leerlingen van de Springplank niet zo groot. 52 % kent geen andere geloven. Dit kan kloppen als je de resultaten bekijkt bij de leerkrachten. Er wordt namelijk weinig aandacht besteedt aan andere godsdiensten. Maar het verschil met de leerlingen die wel een andere godsdienst kennen is niet zo groot, namelijk 4%. Dit komt vooral door familieleden of mensen die bij de leerlingen in de buurt wonen met een andere religie. Maar ook door leerlingen uit de klas met een ander geloof. Of gewoon omdat ze erover gehoord hebben. (Media, ouders, leerkracht)